Steven De Jongh
Steven De Jongh
 Nieuws   Archief   Biografie   Palmares   Dagboek   Programma   Foto's   Media   Gastenboek   Links   Colofon 
Steven de Jongh maakt entree in profpeloton
1996-02-29, 18:13
Door Ad Pertijs

Steven de Jongh maakt snelle entree in profpeloton 'Nu opvallen, levert jaar lang publiciteit op'


Carcassonne - Voor de 35-jarige Steven Rooks was er dit jaar geen plaats meer in de TVM-wielerploeg van Cees Priem. Hij moest onder meer plaats maken voor een jonger talent als Steven de Jongh (22). De twee hebben buiten hun voornaam een aantal dingen gemeen. Ze komen beiden uit het Westfriese deel van Noord-Holland, zijn rustig, praten bedachtzaam en trainden veel samen.

Als renner zijn ze niet met elkaar te vergelijken. De lange Rooks heeft klimmersbenen en hij voelde zich dan ook pas in zijn element als de weg vergelijkingen met een skischans begon te vertonen. De blonde De Jongh is wat de Belgen graag een 'geblokte renner' noemen. Met bovenbenen waar Jelle Nijdam jaloers op is en waar de sprinters voor moeten gaan oppassen. "Sinds ik zo veel ben gaan fietsen, zijn mijn bovenbenen jammergenoeg een stuk dunner geworden," zegt De Jongh uitdagend.

Steven de Jongh, overbuurman van Ard Schenk, had als schaatser pas echte turbodijen. Tot zijn zestiende was hij dan ook voorbestemd om in de voetsporen van zijn beroemde plaatsgenoot te treden. "Ik zat in een groep met onder anderen Nico van der Vlies, Jakko-Jan Leeuwangh en Barbara de Loor. Bijna iedereen met wie ik trainde heeft minimaal Jong Oranje gehaald."

De Jongh had op het ijs echter ook zo zijn beperkingen. De huidige wielersprinter vindt het nu wel grappig om te vertellen dat de 500 meter zijn zwakste afstand was. "Op het ijs kan ik gewoon niet sprinten. Waar de anderen onder de 40 seconden doken, bleef ik maar 41'ers rijden. Hoe dat is te rijmen met mijn snelheid op de weg, weet ik ook niet. Ik was goed op de vijf kilometer, maar daarmee alleen kon je toen geen topschaatser worden. Nu met de afstandskampioenschappen en -wedstrijden, had het misschien wel gekund."

Niet de 500 meter, maar een knieblessure haalde De Jongh van het ijs. "Vanwege die knie kon ik geen looptrainingen of schaatssprongen meer doen. Het advies was om te gaan fietsen. Een nichtje van me had verkering met amateur Eric Venema en hij heeft me aangezet om te gaan wielrennen."

Steven de Jongh was direct verkocht. "Ik vind fietsen veel mooier dan schaatsen. Daarnaast is er veel meer mee te verdienen. Heimwei naar het schaatsen heb ik dan ook nooit gehad." De lange ijzers komen er zelfs niet aan te pas in zijn voorbereiding op het wielerseizoen. "Ik ken mezelf. Op het ijs wil ik weer mooi en hard rijden en heb ik binnen een half uur hartstikke zere benen. Dan heeft zo'n training dus helemaal geen zin."

De jeugdige Noordhollander lijkt een zondagskind te zijn. Al in zijn tweede wielerjaar werd hij nationaal kampioen bij de junioren en vervolgens liep bij de amateurs ook bijna alles voor de wind. "Maar mensen die denken dat ik in mijn leven geen tegenslagen ben tegengekomen, hebben het mis. In het wielrennen mag ik dan steeds succesvol zijn geweest, in mijn priveleven heb ik genoeg meegemaakt om te weten dat alles niet vanzelf komt aangewaaid."

Hij praat er liever niet over. Zijn vader overleed toen hij 13 was en kort daarop moest hij ook afscheid nemen van zijn nichtje en beste vriend. "In twee jaar tijd had ik meer begrafenissen dan wat anders. Geloof maar dat zoiets je hard en snel volwassen maakt. De kinderen in mijn klas maakten zich druk om dingen, waarvan jij weet ze absoluut niet belangrijk zijn in het leven."

In het wielrennen heeft hij slechts een donkere periode gekend. Het jaar dat hij bij Piet Hoekstra in de nationale amateurselectie zat. "Wat die man bezielde, weet ik nog altijd niet. Ik was niet de enige die moeite had met zijn aanpak. Ook Richard Groenendaal heeft hij weggejaagd. Hoekstra riep steeds dat we er niets van konden. 'Jij wint nooit een wedstrijd in het buitenland', zei hij dan. Hij zal het best bedoeld hebben om ons scherp te krijgen, maar van dat soort uitspraken krijg ik geen moraal. Na dat jaar heb ik Egbert Koersen gebeld of ik niet bij Koga Miyata kon komen. Gelukkig had hij nog een plekje vrij voor me."

Koersen maakte van De Jongh een absolute amateurtopper. Eind vorig seizoen (1 september) leverde hij hem af bij zijn vast afnemer Cees Priem. De Jongh stelde Priem en Koersen niet teleur. Hij won al direct zijn eerste profwedstrijd, de eerste etappe van de ronde van Polen. "Ik weet ook wel dat daar geen wereldveld aan de start stond, maar toch. Ze kennen direct je naam. In Parijs-Brussel kreeg ik bijvoorbeeld een vrije rol. Ik hoefde niet te knechten, 'want jij kunt snel aankomen'."

De stagemaanden hebben er volgens De Jongh zeker toe bijdragen dat hij in de eerste voorbereidingskoersen rond de Middellandse Zee op zijn gemak meefietste. "Dankzij die anderhalve maand kende ik mijn ploeggenoten en het personeel al voordat de wintertraining begon. Je vraagt dan toch iets gemakkelijker of je mee mag naar Lanzarote (een door een groepje TVM'ers zelf betaald en geregeld trainingskamp). Kom je pas na 1 januari bij de ploeg dan doe je zoiets niet. Ik tenminste niet. Zo'n stage zou voor iedereen goed zijn."

Problemen met de overgang van amateurs naar profs lijkt De Jongh niet te hebben. "Natuurlijk heb ik hard gewerkt de afgelopen winter, maar niet extreem veel meer dan anders. Ik rijd in het voorjaar altijd goed. Echt bang voor de eerste wedstrijden was ik niet. Je hebt dan nog wel geen koersen gereden, maar je weet via de trainingsritten toch ongeveer waar je staat. De dag voor de eerste wedstrijd, de Grand Prix La Marseillaise, trainde ik samen met Hendrik Redant. Hij zei: 'Als ik morgen jouw benen heb, win ik'. Dat geeft dus pas echt moraal zo vlak voor het seizoen."

De Jongh is een ander type sprinter dan de explosieve Jeroen Blijlevens. "Maar toch wil ik dezelfde kant uitgaan als hij: specialiseren in de dingen waarin je goed bent. Voor mij zijn dat de voorjaarswedstrijden. Daarna maakt het me echt niet uit of ik op Alpe d'Huez vijf of vijftien minuten verlies. Ik heb het er ook met Egbert Koersen al over gehad. Hij zegt ook dat ik beter in het begin van het jaar mijn publiciteit kan pakken. Daar praten mensen nog een jaar over. Dat je daarna wat minder bent is niet erg. In het najaar wil ik dan weer goed zijn. Ik geloof dat veel jongens de fout maken het hele jaar te willen presteren. Heb je dan geen echte specialiteit dan rijd je een jaar naamloos mee en weet niemand wat je precies gedaan hebt."

(Bron: De Stem)
Nieuws
> Steven sportdirecteu...
> Statement Steven de ...
> Steven dit jaar niet...
> Steven bijna de best...
> Steven: 'Wedstrijden...
 
Dagboek
> Het zit er op..
> Stijve benen in laat...
> Verwachte massasprin...
 
Programma
 
Foto's
> Supportersavond Seba...
> Veldrit 'Move to Imp...
> Sluitingsprijs Putte...
Steven De Jongh